Jasper

Maandag 27 augustus, dag 8
Het heeft vannacht ook hier gesneeuwd! De toppen in de verte zijn bedekt met sneeuw, maar het is ook grauw en grijs en in het dal regent het. Helaas moeten we Aurum Lodge vandaag vaarwel zeggen, jammer want we hebben het erg naar ons zin gehad. Misschien komen we nog wel een keertje terug. Darwin geeft namelijk fotoworkshops die als basis de Aurum Lodge hebben, lijkt me erg leuk om eens aan mee te doen.

We nemen afscheid van Alan en Madeleine en vertrekken richting het westen. Vandaag gaan we richting Jasper, waar we 4 overnachtingen zullen hebben. Tijdens het rijden begint het steeds harder te regen, dat belooft niet veel goeds voor vandaag. Bij de Saskatchewan River Crossing laten we de auto voltanken. Gelukkig kunnen we daarbij zelf in de auto blijven zitten, wel zo prettig met die regen.

We zitten weer op de Icefields Parkway en rijden naar het noorden. Onderweg begint het gelukkig een beetje op te klaren en als we aankomen bij de Weeping Wall komt het zonnetje zelfs door. Vanaf de parkeerplaats is het maar een klein stukje lopen. We steken de Icefields Parkway over en volgen de rivierbedding naar de voet van de Weeping Wall. Het laatste stukje is overigens behoorlijk steil. De Weeping Wall wordt gevormd door meerdere kleine waterwallen. Het water is afkomstig van de smeltende sneeuw bovenop Cirrus Mountain. De totale hoogte van de waterval is ongeveer 350 meter. Het begint weer te regenen, dus we besluiten door te rijden.

We gaan de Parker Ridge Trail lopen. Dit is een populaire wandeling van ongeveer vijf kilometer, waarbij je in korte tijd de alpiene weide bereikt. De wandeling schijnt het mooiste te zijn in eind juli of begin augustus, omdat er dan veel bloemen en planten zijn die de weide kleuren. Wij hebben dat geluk niet, we zijn natuurlijk al wat later, maar er ligt ook een laag sneeuw van een paar centimeters. Het pad loopt zigzag tussen de half besneeuwde bomen door naar boven. Halverwege de klim passeren we de boomgrens en laten de bomen achter ons. In de diepte zien we de auto staan. Na het hoogste punt loopt het pad aan de andere kant van de berg verder. Vanaf deze kant hebben we ook een geweldig uitzicht op de Saskatchewan gletsjer. Vanwege het weer kunnen we alleen de voet zien, de top wordt door de laaghangende bewolking aan het zicht onttrokken. Hoewel we nieuwsgierig zijn waar het pad verder naartoe gaat besluiten we toch maar terug te gaan. We moeten per slot van rekening nog een behoorlijk stuk rijden voor we in Jasper zijn.

Het weer klaart gelukkig ook weer op en na een welverdiende lunch trekken we verder naar het noorden. We maken even een korte stop bij Tangle Falls, een mooie waterval vlak langs de Parkway. Vervolgens maken we een korte stop bij Mount Kitchener, waar een paar raven zich ongestoord laat fotograferen.

Onze volgende bestemming is Beauty Creek, en mooi is het! Een halve kilometer voorbij het Beauty Creek hostel parkeren we de auto langs de weg en stappen de vangrails over. Het is hier een waar pika-paradijs, maar jammer genoeg zijn ze erg schuw. We vinden hier een kleine waterplas tussen de Icefields Parkway en de Sunwapta rivier, geschikt voor mooie reflectiefoto’s van de omringende bergen. Zonder onze grote vriend Darwin Wiggett hadden we dit pareltje moeten missen!

Verderop langs de Parkway stoppen we bij een grote rotslawine, de Quartzite Boulder Pile. Aan de oostkant van de weg liggen de rotsblokken verspreid in waterplassen. We springen van rots naar rots opzoek naar mooie plaatjes. Aan de overkant van het water ontdekken we de oude Icefields Parkway. Het asfalt is helemaal verbrokkeld en wordt al bijna opgeslokt door het bos. Grappig om te zien, want we wisten niet dat er meerdere trajecten van de Parkway zijn geweest.

In Jasper overnachten we bij Becker’s Chalets. We hebben een leuke ‘log chalet’, met een klein bed, aan de Athabasca rivier. Voor het diner gaan we naar een oude bekende van vorig jaar. We eten bij het L&W Family Restaurant, een gezellig druk Grieks restaurant. Na de lekkere maaltijd doen we nog snel even boodschappen bij de plaatselijke supermarkt. Eerder op de avond konden we er niet terecht vanwege een stroomstoring, maar nu werkt alles gelukkig weer.

Op weg naar onze chalet zien we een grote groep wapiti’s langs de weg staan. Ze storen zich totaal niet aan de toeristen die stoppen. Het mannetje doet verwoede pogingen om zijn vrouwtjes in het gareel te houden. Iedere keer als er één te ver afdwaalt rent hij haar achterna om te zorgen dat ze weer bij de groep komt. Omdat het al kouder wordt zie je heel duidelijk de waterdamp van de adem van het dier. Een heel mooi gezicht. Jammer genoeg is het ook al behoorlijk donker, dus het is wel lastig om nog goede foto’s te maken.

Dinsdag 28 augustus, dag 9
We nemen vanmorgen de tijd, we hebben de wekker niet gezet. Maar het maakt niet zoveel uit, want we zijn toch vroeg wakker. Het bed is namelijk erg klein…
Het ontbijt is een lopend buffet, waarbij je kunt kiezen uit een warm of koud ontbijt. Het is ongeveer kwart voor 11 als we klaar zijn met onze brunch. Voordat we op stap gaan bellen we eerst nog even naar huis om te melden dat alles goed gaat.

Vorig jaar hebben we Mount Edith Cavell helaas moeten overslaan, omdat we toen te vroeg in het seizoen waren en de weg er naartoe afgesloten was vanwege de sneeuw. Maar dit jaar hebben we een herkansing en hebben we een hele dag. Als we wegrijden zien we als eerste de groep wapiti’s van gisteravond weer staan. Ze staan nog steeds langs dezelfde weg. Verderop zien we ook een hoen zitten, maar helaas kunnen we er geen foto van maken.

Het is ongeveer kwart over twaalf als we bij Mount Edith Cavell arriveren, het is erg druk. Als eerste wandelen het ‘Path of the Glacier’ dat ons naar de Cavell Pond brengt. Dit is een klein meertje dat ontstaat door het smeltwater van de Cavell Glacier en de Angel Glacier. De Angel Glacier is de bekenste, deze gletsjer hangt op een helling van Mount Edith Cavell. De Cavell Glacier ligt tegen de noordwand van de berg en omsluit Cavell Pond voor de helft. Dan is er nog een derde gletsjer die de meeste mensen over het hoofd zien, dit is Ghost Glacier. Deze hangt op de noordhelling van de berg.

Sommige mensen doen erg gevaarlijk, ze lopen namelijk over de Cavell Glacier richting een waterval die afkomstig is van de Angel Glacier. Het is natuurlijk al heel gevaarlijk om zonder gids over een gletsjer te lopen. Maar er kan natuurlijk ook altijd iets naar beneden vallen van de Angel Glacier. Dat gebeurt op een gegeven moment ook, maar gelukkig zijn er op dat moment geen mensen in de buurt.

Vanaf Cavell Pond lopen we door naar de Cavell Meadows. We moeten behoorlijk klimmen. Tijdens de wandeling zien we veel pika’s en chipmunks. We zien ook een soort marmotten, die hadden we nog niet eerder gezien.
Eén van de chipmunks is zelfs zo nieuwsgierig dat hij mijn jas aanraakt :)  Een andere komt aanrennen als hij mijn rugtas open ziet staan. Als ik hem niet dicht had gedaan was hij er waarschijnlijk in gedoken, op zoek naar een hapje eten. Allemaal wel leuk natuurlijk, maar niet normaal. Het is een gevolg van toeristen die de dieren te eten geven. De diertjes worden hierdoor afhankelijk van mensen, wat natuurlijk niet de bedoeling is.

We volgen het pad door een bos met Engelmann spruce naar de bergweiden die daarboven liggen. Op ongeveer 2100 meter hoogte laten we het bos achter ons. Hier staan nog wel hele kleine bomen. Je zou denken dat ze jong zijn, maar het blijkt dat ze honderd jaar oud zijn. In tegenstelling tot de bomen die in het bos staan, zijn deze boompjes overgeleverd aan de elementen. Omdat ze totaal geen bescherming hebben tegen de wind en lage temperaturen groeien ze ieder jaar maar gedurende een paar weken. Het resultaat is bomen van ongeveer één meter, terwijl hun broers en zussen even verderop in het bos 10 tot 15 meter hoog zijn.

Dit is nog niet het einde van onze klim, we willen nog doorgaan tot 2288 meter. We laten hiervoor ook de bergweide achter ons en beklimmen een kale berg. Het is zwaar, koud en winderig, maar het uitzicht maakt het allemaal goed. We komen nu bijna op gelijke hoogte met de Angel Glacier. Op deze hoogte kunnen we enorm ver kijken. Echt schitterend al die bergtoppen in de verte!
We kunnen nog hoger gaan, maar besluiten toch om naar beneden te gaan. Het is namelijk al een uurtje of vier en we moeten nog best een lang stuk teruglopen.

Als we om zes uur terug zijn bij de auto wacht ons een onaangename verrassing. Er zit een briefje onder de ruitenwisser met verontschuldigingen. Iemand heeft zijn telefoonnummer achter gelaten omdat hun dochter een deukje in onze deur heeft gemaakt. Morgen maar even bellen naar het autoverhuurbedrijf om te vragen wat we hiermee moeten doen.

Na een lekkere maaltijd, bij hetzelfde restaurant als gisteren, zijn we om 8 uur weer terug in ons chalet.

Woensdag 29 augustus, dag 10
Om half acht gaat de wekker weer. Wendy en ik hebben gelukkig beter geslapen dan de vorige nacht. En als we uit het raam kijken zien we de groep wapiti’s, die al dagen in de buurt bivakkeert, voor onze deur staan. Het is een mooi gezicht!

Voordat we gaan ontbijten starten we eerst een was, zodat die klaar is voor we weggaan. Verder bel ik ook nog snel even met Holiday Cars in Nederland om na te vragen wat we met de schade aan de auto moeten doen. Gelukkig hoeven we helemaal niets te doen, dus we kunnen lekker van onze vakantie genieten.

Na het ontbijt en de was rijden we naar de Valley of the Five Lakes. Dit is een populaire recreatieplek voor de plaatselijke bevolking, die hier graag gaat wandelen, hardlopen of fietsen. Als we hier aankomen is het al aardig druk aan de auto’s te zien. We wandelen de looptrail die als gemakkelijk staat aangeschreven. Maar we zijn nog moe van de wandeling van gisteren, dus voor ons is deze wandeling best wel zwaar.

We starten de wandeling tegen half elf. Het eerste deel gaat door een redelijk dicht bos, waarna we bij een open vlakte komen dat een beetje moerasachtig aandoet met veel hoog gras en wat struiken. Door dit gebied loopt ook een waterstroompje, dit blijkt de Wabasso te zijn die naar de Athabasca rivier stroomt. We steken dit gebied over via een lange en smalle houten loopbrug. Aan de overkant ligt een heuvel waar we via een redelijk steil pad overheen moeten om bij de Valley of the Five Lakes te komen. Het pad gaat nu weer door het bos met veel Aspen ofwel Ratelpopulieren. We volgen het pad naar het noorden, richting het grootste meer. Op dit punt liggen de andere meren in een rechte lijn naar het zuidoosten. Het pad maakt een cirkel om de drie middelste meertjes. Onderweg zien we, zoals overal in het bos, regelmatig eekhoorns en ook een paar Clark’s Nutcrackers.

Om ongeveer één uur ‘s middags zijn we weer terug bij de auto. We gaan nu Highway 16 verkennen. Deze weg loopt vanaf Jasper naar het noordoosten langs de Athabasca rivier, meerdere meren, rotsgebieden en bergen. Volgens Darwin Wiggett moet er ook genoeg wild te zien zijn, met name natuurlijk ‘s ochtends of ‘s avonds. We zijn nog maar een paar kilometer onderweg of we zien een Coyote langs de weg staan. Ik kan niet meer zo snel stoppen en moet dus snel omdraaien en een stukje terugrijden. Als we gestopt zijn zien we wel een Coyote, maar dit is een kleinere die zich snel uit de voeten maakt. Even later zien we de andere Coyote weer staan, wel ver weg, maar we hebben toch de mogelijkheid om een paar plaatjes te schieten.

Even verderop zetten we de auto op een parkeerplaats en lopen zo’n 500 meter terug langs de Athabasca rivier naar een klein meertje dat tussen de snelweg en de rivier ligt. Vanaf hier zijn mooie foto’s te maken met de Colin Range op de achtergrond. Bij dit meertje zien we ook weer een Coyote lopen, waarschijnlijk dezelfde die we eerder langs de weg gezien hebben. Hij loopt een stukje langs het water en houdt ons goed in de gaten. Even later is hij weer verdwenen in het bos.

Een paar kilometer verderop is de Palisades picnic site. Op deze plek staan veel Aspen bomen en is een korte wandeling uitgezet langs informatieborden over het gebied en de bomen. We volgen een paadje dat naar de Athabasca rivier leidt. Ook hier hebben we weer een mooi uitzicht op de Colin Range.

We vervolgen onze weg over Highway 16 richting het noordoosten. Via de Athabasca Flats, de Athabasca River Bridge en de Moberly Flats rijden we naar Jasper Lake. Hier stoppen we de auto langs de higway, aangezien er geen parkeerplaats is. Jasper Lake is het grootste deel van het jaar eigenlijk een moddervlakte. Zelfs in de zomer, als het vol loopt met smeltwater, raakt het eigenlijk nooit echt gevuld. Van noord tot zuid kijk je hier uit over Jasper Lake, met in de achtergrond de bergen in de verte.

Verderop langs de weg zien we een aantal Bighorn sheep staan. We vangen ook een glimp op van enkele wapiti’s die tussen de bomen door springen. Bij de afslag naar de Miette Hot Springs keren we om en rijden terug naar Jasper. De zon staat al wat lager en de wind is gaan liggen, zodat we bij Talbot Lake een laatste stop maken voor enkele mooie reflectie foto’s.

Terug in Jasper gaan we weer lekker eten bij L & W Family Restaurant. Terug in Becker’s Chalets draaien we nog een wasje en lopen gezellig langs de rivier. We zien nog veel eekhoorns en een wapiti lopen. Als afsluiting van de dag bouwen we een stenen mannetje langs het water.

Donderdag 30 augustus, dag 11
We waren het al langer van plan, maar het weer zat steeds tegen. Vanmorgen is het weer goed, het is helder en de zon schijnt, we gaan vandaag dus The Whistlers op. We zijn helaas niet de enigen die dit plan hebben, want als we op het parkeerterrein aankomen is het al behoorlijk druk. We sluiten dus achteraan in de rij voor kaartjes om met de gondola omhoog te kunnen.

De gondola brengt ons in zeven minuten naar een hoogte van ruim 2200 meter. Vandaar is het nog ongeveer drie kwartier wandelen naar de echte top die op 2466 meter ligt. De berg heet The Whistlers naar de marmotten die hier leven, deze dieren maken een karakteristiek fluitend (whistle) geluid. Tegenwoordig worden ze helaas nog maar weinig gezien, vanwege de  drukte van alle toeristen. Jammer, maar wel begrijpelijk. Als ik daar zou wonen zou ik het ook niet leuk vinden om iedere dag al die vreemden ongevraagd op bezoek te krijgen ;)

Vanaf de top hebben we een schitterend uitzicht rondom. In de diepte onder ons ligt het plaatsje Jasper. Het heeft een karakteristieke vorm, doordat het aan één kant door de spoorlijn die in een knik ligt, wordt begrenst. Met een beetje fantasie heeft het de vorm van een vleugel. Op 75 kilometer afstand kunnen we Mount Robson, met 3954 meter de hoogste berg van de Canadese Rockies, ook goed zien liggen. En Mount Edith Cavell, die we eerder bezochten is goed te zien. Verder moet je vanaf hier, naar verluidt, 50 meren kunnen zien liggen. Het werd me wat te veel om na te tellen, dus ik neem maar aan dat het klopt.

Zoals gezegd, zijn er nog maar weinig dieren die hier leven. Het enige teken van leven is een grondeekhoorn die hier zijn eten bij elkaar probeert te sprokkelen. Je zou misschien verwachten dat deze juist op mensen af zou komen, maar verbazend genoeg is deze veel schuwer, en dat is eigenlijk maar goed ook. Het wordt steeds drukker, dus we besluiten om met de gondola naar beneden te gaan. De parkeerplaats staat inmiddels behoorlijk vol. Mensen zetten de auto zelfs op plekken waar ze eigenlijk niet horen te staan, met als gevolg weer een kras op de auto. Hoewel ik het vervelend vind, ga ik me er niet meer druk om maken. Ik laat nog wel een briefje achter om de mensen te bedanken dat ze hun auto zo netjes hebben neergezet ;)

We gaan weer richting het noordoosten, via Highway 16, maar vandaag rijden we door richting Miette Hot Springs. De eerste stop die we maken is eigenlijk nauwelijks de moeite waard, dit is de Jasper Park Collieries. Een korte wandeling langs een verzameling overblijfselen van de kolenmijnen die hier geweest zijn. Het leukste hiervan zijn eigenlijk alle sprinkhanen die op het pad zitten, in alle soorten en maten

Snel door naar de Punchbowl Falls, geen grootse waterval, maar wel mooi. Vanaf de brug kun je er eigenlijk niet zo goed naar kijken, maar als je onder het hek door klimt is de waterval ook van ooghoogte te zien. Net als eerder bij de Crescent Falls, heeft Wendy haar bedenkingen, aangezien het een steile helling is. Maar uiteindelijk waagt ze het toch en kunnen we de waterval samen veel beter bekijken. Het water heeft de rotsen als het ware tot een half open fles uitgesleten, waarin de waterval enkele meters naar beneden valt. Heel bijzonder.

We maken nog even een korte stop bij het uitkijkpunt van Ashlar Ridge, voor we doorrijden naar de Miette Hot Springs. Het is niet druk, de parkeerplaats is bijna leeg. Er zijn wat mensen aan het picknicken, maar ze worden lastig gevallen door een aantal Bighorn Sheep die brutaal proberen het eten van de tafel af te pakken. Vermakelijk om naar te kijken. Het leek me leuk om even lekker te relaxen in de Hotsprings, maar het lijkt een gewoon zwembad. Het was leuker geweest als het wat natuurlijker was, zoals Blue Lagoon in IJsland. Daarom besluiten we om een stukje te gaan wandelen. Vlakbij ligt het oorspronkelijke badhuis van de Hotspring, mooi ingesloten tussen de bergen. Uiteindelijk heeft men deze plek moeten verlaten vanwege overlast van beren. Wat nu nog rest is een ruïne met informatieborden over de geschiedenis van deze plek.

Tijd om te gaan eten. We bestellen een lekkere Hawaii pizza in het vlakbij gelegen Miette Hotsprings Restaurant. We eten relatief vroeg, zodat we tijd genoeg hebben om een geschikte plek voor mooie avondfoto’s te vinden. De Celestine Lake Road lijkt daarvoor een geschikte plek dus we rijden via de Miette road terug naar Highway 16. Vandaar rijden we bijna helemaal terug naar de Celestine Lake Road. Helaas is de weg afgezet, dus we moeten iets anders verzinnen. Dan maar via de 45 kilomter lange Maligne Lake Road naar Maligne Lake. Het wordt al wat schemerig, zodat we moeten opschieten. Maar omdat het zo rustig is zien we ook veel wildlife, waaronder een moeder Muledeer met 2 jonkies. Voor een mooie zonsondergang zijn we eigenlijk net te laat, jammer… Het wordt nu toch wel tijd om terug te gaan, want het is al bijna negen uur en het duurt zeker een uur voor we terug zijn. Het is al lang donker als we thuiskomen.

We gaan vlug slapen, want morgen wacht weer een mooie dag als we naar Field gaan.