Vrijdag 31 augustus, dag 12
Het is tegen half 10 als we de Jasper achter ons laten, maar helaas moeten we weer verder. Vandaag reizen we via de Icefields Parkway naar Field. We maken een eerste stop bij Horseshoe Lake. Het is een heel typerend meer, totaal anders dan de meren die je normaal ziet in de Canadese Rocky Mountains. Het heeft namelijk steile wanden en een mooie donkerblauwe kleur water. Verder is het diep en kun je er vanaf de rotsen induiken, waardoor het erg populair is bij de jeugd uit Jasper om te gaan zwemmen.
Als we verder rijden richting het zuiden stoppen we op meerdere plaatsen om foto’s te maken van de Athabasca rivier met de bergen op de achtergrond. We zien daarbij Brussels Peak en Mount Christie.
Twee kilometer ten zuiden van Beauty Creek Hostel parkeren we de auto en gaan een wandeling maken naar Beauty Creek en Stanley Falls. We lopen over een smal dijkje richten het bos, waar we ineens weer op de oude Icefields Parkway terecht komen. We volgen de weg totdat er ineens een pijl gemaakt van stenen op de weg gelegd is. Hier beginnen we onze wandeling langs Beauty Creek. Er zijn acht watervallen, waarbij de laatste Stanley Falls is. Het is een mooie wandeling met veel mooie plekjes om foto’s te maken. Uiteindelijke bereiken we Stanley Falls, dit is met afstand de grootste in Beauty Creek. Wendy ontdekt een spannend punt waarbij je op een rots boven de waterval kunt gaan staan.
Op de terugweg komen we de eerste mensen tegen. Het klopt dus wat we al gelezen hadden, er komen hier normaal gesproken weinig mensen.
Ondanks dat het super toeristisch is, besluiten we deze keer toch ook maar te stoppen bij de Columbian Icefields. Vanaf de parkeerplaats maken we een korte wandeling naar de Athabasca Glacier. Deze gletsjer is compleet anders dan andere gletsjers waar ik op geweest ben. Andere gletsjers die ik ken zien er ruig en gevaarlijk uit. Als je met een gids omhoog gaat heb je vaak niet eens door dat je al op de gletsjer bent omdat er veel grind en gruis op ligt. De Athabasca Glacier is juist enorm wijds en vlak, er is een duidelijk zichtbaar waar de rotsen ophouden en het ijs begint. Op de gletsjer is met pionnen een vierkant afgezet waar je zonder begeleiding mag lopen.
Op de terugweg naar de auto zien we op bordjes tot waar de gletsjer in het verleden kwam. Over de jaren is deze een enorm eind terug getrokken.
Onderaan de Big Bend is een kleine parkeerplaats die ligt aan de oude Parkway. We gaan over een oude brug en volgen de weg langs een langgerekte rechterbocht. We komen uiteindelijk bij een haarspeldbocht naar links. Hier zien we de reden van onze wandeling liggen, een hoge waterval zonder naam, door Wendy toepasselijk WZN genaamd. Er zou hier een oude parkeerplaats moeten zijn vanwaar we de waterval goed zouden moeten kunnen zien, maar die kunnen we niet vinden zodat we besluiten om via de helling naar beneden te glijden. Het is een behoorlijk eind, ongeveer twintig meter hoogteverschil, maar we komen veilig beneden. Geweldig, buiten het geluid van het water is het stil en zijn we helemaal alleen!
De terugweg moeten we toch een andere weg kiezen, omhoog is te moeilijk en gevaarlijk. Daarom gaan we de helling schuin omhoog, wat natuurlijk langer is maar ook beter te lopen. Na enige tijd ontdekken we een pad dat we omhoog volgen. Boven aangekomen staan we op de parkeerplaats die we in eerste instantie niet konden vinden, ongeveer honderd meter verder van het punt waar we oorspronkelijk naar beneden waren gegaan. Vanaf hier hebben we een mooi totaalbeeld van de ‘Waterval Zonder Naam’.
Het is nog behoorlijk ver naar Field, dus we hebben geen tijd meer voor stops. Wat dat betreft is het prettig dat we de Icefields Parkway deze reis voor de tweede keer langs komen, zodat we toch zo veel mogelijk hebben kunnen zien. Tegen 6 uur komen we aan in Lake Louise, we moeten dan nog een aardig stuk rijden. Daarom besluiten we om hier te gaan eten in het Mountain Restaurant. We kiezen allebei voor een Aziatisch gerecht dat stomend heet wordt opgediend.
Na de lekkere maaltijd rijden we door naar Field. Het kleine plaatsje ligt langs de Kicking Horse River aan de voet van Mount Stephen midden in Yoho National Park. De komende drie nachten verblijven we hier in het Alpenglow Guesthouse. We hebben een heel groot verblijf met eigen ingang, een woonkamer, keuken, badkamer en slaapkamer. Omdat het een guesthouse is moeten we zelf voor ons ontbijt zorgen. Gelukkig is er nog een supermarkt/restaurant open waar we even wat boodschappen kunnen doen. Inmiddels begint er zich een storm op te bouwen en we moeten rennen om niet doorweekt thuis te komen. Joseph, onze host, waarschuwt ons nog dat de stroom kan uitvallen door de storm, maar gelukkig blijft alles gewoon werken.